index2.php

» Reglement


D. Doop en ontgroening



  • In het kader van de Vrije Universiteit van Brussel kan de doop enkel beschouwd worden als een kennismaking tussen anciens en schachten, als inleiding tot het kringleven of misschien zelfs tot het universitaire leven. Daarom zijn praktijken zoals kaalscheren, scenes met levende dieren, enz..., zeker ongewenst. Aangezien de doop totaal niet verplicht is, is het niet wenselijk dat de eerstejaars onder druk gezet worden om zich te laten dopen of om tijdens de doop iets totaal tegen hun zin te doen.

  • De doop gebeurt bij voorkeur bij de eigen fakultaire kring, prive-dopen of dopen bij regionale kringen worden zelden als geldig aanvaard in de studentikoze gemeenschap. Ergens bij het begin van de doop wordt het kringlied of kreet gezongen, gevolgd door het "Lied Van Geen Taal" (geen Gaudeamus). Na de doop wordt eventueel "Le Semeur" gezongen. De doop wordt geleid door de doopmeester. Zijn kommando wordt enkel teniet gedaan door dat van de praeses. Hij is eveneens verantwoordelijk voor de veiligheid van de schachten en anciens tijdens de doop.

  • De doop geldt zeker niet als ontgroening, dwz. dat een schacht na de doop nog steeds een schacht blijft. Hij of zij heeft slechts het recht op het dragen van een pet en een labojas verworven, alsook de mogelijkheid om later op het jaar ontgroend te worden. Hiervoor mag hij of zij nog geen andere dopen bezoeken.

  • Bij de ontgroening worden de schachten als volwaardige commilitones in de kring aanvaard. Dit gebeurt tesamen met de uitreiking van de doopdiploma's op een van de laatste cantussen van het akademiejaar. Pas vanaf dan kunnen zij opgenomen worden in een kringbestuur.

  • De eed van de ontgroening is de volgende: "Ego, schachtus collosalus, super hoc caput, calvidum, calvidum et frigidum, jure jurendo zwero: Omnes cursos brossare, multas virgines amare et perforare, numquam aquam aut limonadem bibere: multos pintos et cigaros anciennibus offerare, in saecula saeculorum bieros Flandrienses zabbere, juro sub hoc symbolum, quae si non teneo sermentum, ontploffare et stinkendo crevare, volvo jubeoque, sic juveat mini Bacchus."


[terug naar overzicht]